Kroniek Hans Burgman brief 56

Mei 2015

Beste Vrienden,

Er wordt op het ogenblik veel gebouwd in Kisumu: hotels, luxe woon-flats en verbindingswegen. Daaraan kun je merken dat men nogal wat verwachtingen koestert omtrent deze stad. Of de toekomst goed dan wel slecht uitvalt hangt van diverse factoren af. Het klassieke verhaal is natuurlijk dat de armoede de wereld uit geholpen moet worden. Was het maar zo simpel. Maar goed, Kisumu gaat blijkbaar vooruit. We hebben nu sinds kort ook een neuroloog. Dat komt mij prima uit, want mijn neuroloog die ik elke drie maand moest opzoeken en die in Nairobi woonde, is met pensioen gegaan. Ik kan nu dus gewoon hier ter plaatse terecht. Makkelijk, en toch ook wel gemoedelijker; er is bovendien ook een nieuw klein ziekenhuis naast de neuroloog, met alle faciliteiten. De neuroloog is een Luo, dus als ik dan in de Luo-taal begin scoor ik meteen hoog. Hij vond dan ook dat we eerst nog maar eens foto’s moesten laten maken van de gewrichten. Naast de deur in het nieuwe gemoedelijke ziekenhuisje, hupsakee, in het Luoos. Toen de rontgenzuster mij een kussen onder de rug schoof, en ik in het Luoos mompelde dat ik hoopte dat er geen bedwantsen in zaten kon de ochtend niet meer kapot. Drie kwartiertjes wachten en astublieft, eerwaarde heer, hier is het resultaat. “Ja, de foto’s brengen we straks wel na, want de machine doet het nu even niet”. Ik kijk in de grote envelop; daar staat: “Voor Angelina Atieno”. “Ho ho, zuster, dit is de verkeerde”. Momentje, momentje. Hier komt meteen de goeie envelop. Ik kijk en zie: “Resultaten van de foto van de rechterknie”. “Ho ho zuster, het moet de linkerknie zijn”. Ook dat wordt gemoedelijk gecorrigeerd. Even later komen ook de foto’s zelf. De neuroloog raadt mij aan om bij de fysiotherapeut in behandeling te gaan. Ook hier is het gemoedelijkheid troef; je gaat er voor je plezier naar toe. Bij de grote kassa van het ziekenhuisje – je moet eerst betalen voor je behandeld wordt – heeft de kassier bijna nooit wisselgeld; hij spurt dan even naar de friet-tent aan de overkant van de straat. Gaat prima. De laatste drie jaar is het verkeer in Kisumu drastisch veranderd vooral door de komst van gemotoriseerde driewielers en motorfietsen. In zijn algemeenheid mag je zeggen dat er belangrijke verkeersregels zijn, maar die gelden niet voor motoren, fietsers en toek-toeks (de riksha’s). Die mogen in alle richtingen rijden; met of zonder licht; met zijn drieen op de motor is heel normaal. Wil je een bed vervoeren, dan zet je het op zijn dwars op de bagagedrager; van een tien meter lange bundel ijzeren draden, voor in het beton, leg je het ene uiteinde op motor of toek-toek, en het andere uiteinde sleep je over de grond mee. Om te stoppen hoef je niet naar de kant van de weg, nee, dat doe je midden op de straat of pal voor een zijstraat. Heel belangrijk is het dat je als chauffeur hierbij niet je goede humeur verliest. De slalommende bestuurders lijken meer op circus-artiesten die in de nok van de grote tent trots hun halsbrekende toeren uithalen. Sinds ik hun capriolen met een knip-oogje beloon, rij ik veel onbezorgder. Binnenkort ga ik voorstellen om op de gevaarlijkste kruispunten tribunes op te richten van waarop het publiek in alle rust kan genieten van de verkeers-acrobatiek. De grote droogte is net op tijd opgehouden. Het gele gras is plotseling overal weer groen geworden. Wel moet men bedenken dat regenbuien niet enkel maar rozegeur en maneschijn zijn. Het is tamelijk normaal dat bij een regenbui de electriciteit uitvalt. Om die weer op gang te krijgen kan een heel gedoe zijn. Hetzelfde met onweer; daar heb je dan nog bliksem-inslag bij. Over bliksem gesproken, bij onweer de vorige week herinnerde iemand ons aan de droge Achterhoekse humor van wijlen collega-pater Verweij. Volgens hem moest je bij zwaar onweer op een geit gaan zitten. Als je dan vroeg van “Waarom?”, kreeg je als antwoord dat hij nog nooit gehoord had dat iemand die op een geit zat door de bliksem was getroffen. Met mezelf gaat het wel goed, zij het dan dat ik me steeds langzamer beweeg. Hoe langzamer je jezelf beweegt, hoe sneller de tijd gaat. Voor ik het weet zit ik weer in het vliegtuig naar Europa: dat zal vrijdag de 17de juli zijn. Hopelijk zie ik dan velen van jullie weer.

Met de hartelijke groeten,

Hans Burgman