Brief 53 pater Hans Burgman

Brief 53 feb15

28 februari 2015

Beste Vrienden,

Deze brief zou al veel eerder op weg zijn gegaan, ware het niet dat onze internetverbinding danig in de knoop zit. Al meer dan een week is de verbinding zo zwak dat er nu en dan bij mij wel een bericht binnenkomt, maar niks weggaat. Het kontaktverlies begon in de weekeinden, alsof de provider dan de zaak maar aan het lot over liet; en het werd steeds erger. Nu is het permanent, en er is niemand bij wie je je beklag kunt doen. Dan zeggen ze: “We komen over een half uurtje”, maar niemand komt. Ik heb het vermoeden dat de mensen van die firma het gewoon moe zijn, en nu alles maar laten lopen. Dat komt hier vaker voor. Waar worden ze moe van? Om alles op zijn Europees goed te doen. Met onderhoud bijvoorbeeld. Daar houden ze niet van. Want onderhoud wil zeggen dat je iets repareert wat niet kapot is. Hier wachten ze liever tot het kapot is. Anders bof je ook nooit.

Heel Kenia raakt op het ogenblik in de knoop met de alom heersende corruptie. De corruptie is nu normaal, en wat normaal is merk je niet meer. Totdat. Onlangs zijn er zowel in Engeland als Amerika zakenlui in de gevangenis gegooid omdat ze smeergeld hadden betaald aan Keniaanse autoriteiten. Zo komt dan de zaak op gang: men moet natuurlijk die autoriteiten hier nu ook aanpakken. Maar het committee dat dat moet doen wordt door parlementariers aangeklaagd omdat die lui zelf ook boter op hun hoofd hebben. Anderen publiceren dan weer bewijzen dat die parlementariers zaken getild hebben. En zo komt de modder-avalanche op gang. Er zit best een tragisch kantje aan, want ergens is corruptie soms wel eens ietwat respectabel. In deze cultuur, maar in Nederland ook wel. Wat te denken van: “Wie niet sterk is moet slim zijn”? En, als iemand je een voordelig accoord heeft gegund mag je hem toch uit dankbaarheid wel een presentje geven? Dat geldt vooral in een orale cultuur waar niet alles op papier komt. Er zitten overal ter wereld nog restanten van orale cultuur. Lang geleden was er nog een andere cultuur: die van jagers en zoekers: Alles wat niet beschermd werd door een al te machtig wezen mocht meegenomen worden. Daarom nemen wij nog steeds de kippen hun eieren af en de bijen hun honing. Daarom worden overal ter wereld de armen nog steeds beroofd. En als je hier bij een ongeluk bewusteloos wordt raak je waarschijnlijk al je spullen kwijt. Ik zeg niet dat dat goed is, ik wil zeggen dat voor eerlijkheid een aparte duw nodig is: die komt niet vanzelf. Het ingewikkelde van de zaak is dat die duw vaak verborgen zit in een religieus pakket; en wie dat religieuze pakket weggooit gooit dan meteen die duw weg.

Als missionaris zit ik dus wel goed. Ik kan met volle overtuiging preken dat wie “ja” zegt “ja” moet bedoelen en niet “ja ja”. Dat belofte schuld maakt, en niet zomaar beleefdheid is. Dat je geen misbruik moet maken van je macht. Dat je de sukkelaars een helpende hand moet geven. Dat als je kunt bedriegen, en niemand kijkt, je het toch niet moet doen. Dat het je niet zal lukken om twee heren te dienen: God en Poen. Dat je het kwade door het goede moet overwinnen. Staat in het Evangelie, en zodoende heb ik goeie ammunitie tegen corruptie en voor de vereiste gedragsverandering.

Behalve een paar frustraties vloeit mijn leven hier via allerlei kronkels genoeglijk verder. Ons huis is een soort logeerplek voor passanten, vaak interessante lui. Onlangs nog een stel oude collega’s met oude sterke verhalen. Dit keer ging het over de plaatselijke taal, en hoe we die mishandelen. Inderdaad. Ik hoor een collega nogal eens in de kerk zeggen: “De stier (ruath) zij met u” in plaats van “De Heer (ruoth) zij met u”. Er is een buurtparochie in een plaats die Chiga heet; als je dat een beetje verkeerd uitspreekt wordt het “mijn vrouw”, en dan horen ze de pastoor zeggen: “Ik ga even naar mijn vrouw”. Van dergelijke valkuilen hoorde ik al in de vijftiger jaren in Oeganda. Daar betekende het woord “manna” het vrouwelijk geslachtsorgaan; het werd dus “manhu”. Onlangs hoorde ik dat in de Oostafrikaanse Teso-taal het woord voor “geloof” vlak bij het woord voor “penis” ligt. Een missionaris die in zijn preek de mensen wilde aansporen om toch vooral aan hun geloof vast te houden, snapte niet waarom de mensen in de kerk slap lagen van het lachen.

Veel groeten uit een zeer heet en veel te droog Kisumu.

Hans Burgman