Brief 48 Pater Hans Burgman

Brief 48 Nov 14

Beste Vrienden,

Veertien dagen geleden ben ik hier weer veilig thuis aangekomen. Op het vliegveld van Nairobi kregen we vertraging Het was die dag De Nationale Feestdag van de Helden, met een viering in een stadion waar alle kopstukken van de regering aanwezig waren; onze vertrektijd viel samen met de toespraak van Zijne Excellentie de President; dus werd het vliegverkeer een uur lang lamgelegd. Ik heb altijd een paar dagen nodig om alle connecties weer aan te sluiten: sleutels, laptop-verbindingen, telefoon-kaarten, horloge (kapotgegaan bij het vooruitzetten), auto (leeggelopen band). In een mum van tijd hadden mijn regelmatige bedelaars mij inmiddels weer ontdekt. Ook het praten over het weer vereist omschakeling. Ik herinner mij flarden van Nederlandse conversaties: “En hoe was het weer?” “Eigenlijk niet gek: 19.” “Maar er was toch nogal regen?” “Nou zeg, 22!” “En flink wat wind?” “Wel 6,5” “Dat lijkt wel op noodweer”. “Ja, wat dacht je, er was dan ook GEEL aangekondigd”. Hier praten ze heel anders. Al heel gauw raak ik weer gewend aan de prominente aanwezigheid van insekten. Overal lopen kleine beestjes; je laat ze maar, want ze doen eigenlijk niks. Alhoewel, een tijd geleden was ik in de operatiekamer van het ziekenhuis, en daar liep een kevertje over de vloer. Maar hij had wel schone voetjes voor zover ik kon zien. Ook in het verkeer voel ik mij weer thuis. Het is wel een hele overschakeling van het “cleane” verkeer in Nederland. Ze zijn hier nu aan het werk op de uitvalsweg naar Nairobi; alles loopt daar chaotisch door elkaar: bussen,, fietsers, tankwagens, motoren, wandelaars, toek-toeks, vrachtwagens, handkarren: iedereen gaat alle richtingen op. Je snapt niet dat het nog goed gaat ook. Trouwens, nog nooit heb ik in de hele stad een politieman gezien die overtreders bekeurde. Wetten zijn er zat: die worden met veel fanfare afgekondigd; maar niemand zorgt voor de toepassing. Ik denk dat het voor een Keniaan moeilijk is om een medeburger te bestraffen. Als het dan echt te bont wordt maken ze er een nieuwe wet bij, met veel dreigende taal. En dan heb je nog duivels.Vorige week las ik in de krant dat een aantal dominees wist dat ongelukken op bepaalde “black spots” werden veroorzaakt door boze geesten die zich daar ophielden. Daarom orgeniseerden ze op die plekken gebeds-aanvallen om die duivels te verdrijven. De katholieken doen niet mee, hoewel ik er nog niet zo zeker van ben of het hen koud laat. Gisteren ging ik vis eten met vier Nederlandse meisjes die een tijdlang met ons meedoen vanwege de “Dare2Go” organisatie (Vroeger Missie en Jongeren). We gingen naar een plek aan het meer waar wel een dozijn eetgelegenheden naast elkaar liggen, allemaal primitief en erg ruig, die daarom bekend staan onder de naam “De Vliegen”. Waar wij zaten was het he;lemaal leeg, terwijl de zaken naast ons druk bezet waren. Na afloop vroeg ik aan de eigenares waarom dat zo was. Zij legde mij uit dat haar buren gebruik maakten van tovenarij om klanten te trekken; “maar,” zo zei ze, “ik doe dat niet want ik geloof in God; hun kinderen zijn dan ook ziek. Maar de pastoor komt wel hier.” Zondagsavonds heb ik meteen mijn sjoelbak-carriere weer opgepakt in Nyalenda Centrum. Het doofstomme meisje Daisy was er ook weer, een jaar of acht nu. Ze bracht mij op de hoogte van haar gebarentaal. Voor “man” trok ze aan haar kin; voor “oud” trok ze aan het vel onder de kin. Voor “vrouw” maakte ze vuisten voor de borst met de wijsvingers vooruit. “Moeder” was hetzelfde, maar dan niet met vooruitgestoken wijsvingers, maar met vingers die omlaag flapten. Ik blijf leren. Beste vrienden, leert met mij mee. Heel veel goede wensen, en nog bedankt voor alle gezelligheid de afgelopen maanden.

Hans Burgman.

hburgman@millhillear.com .