Brief 44 Pater Hans Burgman

29 mei 2014

Beste Vrienden.

Hoe lang je hier ook bent, je blijft je verwonderen over de taal. Daar zijn natuurlijk de voorbeelden van ingebouwde humor. Ik denk dat ik ze wel eens heb genoemd. Voor “zich vergissen” zeggen ze “je hoofd verstuiken”. Het meervoud van “vrouw” is: “kibbelen”; het meervoud van “huiselijk erf” is: “bakkeleien”. In een polygaam huwelijk noemen de dames hun mede-echtgenotes “mijn jaloezie”. Ik was onlangs bij de fisiotherapeut om een zere schouder te laten masseren.  Ik lag voorover en dommelde tijdens de behandeling weg. De masseur zei: “Je slaapt als een konijn”. Ik vroeg hem hoe een konijn sliep. Hij zei: “Met een oog open”. Misschien komt ons hazeslaapje ook wel uit die hoek. Ik heb mijn bezoeken aan de fisio trouwens stopgezet, want met zijn hitte-behandeling heeft hij mijn schouder verbrand. Misschien is wit vel wel te soft.

Maar nog even over de taal. Het is vaak aldoor net een beetje anders. Vrijdagsmorgens pik ik altijd Molly op die model is in onze tekencursus. Voordat haar vader stierf, maar al wel zwaar ziek was, vroeg ik dan altijd: ”En. is er nog nieuws?” Het antwoord was altijd; “Nee, geen nieuws”. En dan moest ik doorvragen voor ze over haar vader begon. Er stond naast hun huis ook altijd een grote autobus, die iets met haar broer te doen had. Dan vroeg ik wel eens: “Hoe zit dat eigenlijk met die bus?” Ze zei: “Dat weet ik niet”.”Maar praten jullie daar dan nooit over?” “Nee, daar praten we nooit over”. Gesprekken lopen ook altijd ietsje anders. Europeanen houden van een duidelijk antwoord; daarom stellen we vaak vragen met een voorgekookt antwoord:  “Waar ga je naar toe, naar Mombasa of Nairobi?”. Als ze naar een van beide gaan is het antwoord “Ja”, als ze naar geen van beide gaan “Nee”. Veel wijzer ben je dan nog niet. Maar we blijven er in trappen, die dubbele vragen.

Trouwens, Europeanen vragen meestal gewoon om informatie, iets neutraals. Maar voor de mensen hier is het antwoord een deel van een verhaal waar een bepaalde bedoeling achter zit, helemaal niet neutraal. Hun antwoorden zijn dan ook vaak ontwijkend. Of in de vorm van een vraag: “Hoe laat vertrekt de bus?” “Vertrekt hij niet om vier uur?”

Vorige maand gaven twee stafleden van KUAP en uiteenzetting van hun werk: de een over gezondheidszorrg, de ander over kantoor-organisatie. Ze gooiden hun gehoor dood met professionele termen waar neimand iets van snapte: het was duidelijk hun bedoeling om vooral indruk te maken. Dat lukte voortreffelijk.

Oinlangs las ik een artikel in de krant over een ex-straatjongen die in de Kibera-slum van Nairobi een kunstschool had geopend. Hij wist niets over kunst, maar zocht de nodige leerstof bijeen op Google. Verschillende van zijn dertig leerlingen waren op hun veertiende jaar al professionele kunstenaars. Ze verkochten hun werk op de nationale en internationale kunst voor 50 tot 850 Euro en konden zo hun schoolgeld betalen. Helemaal uit de duim gezogen natuurlijk, maar zo denken ze er hier over, zelfs een journalist van de grootste krant.  Daar moeten wij tegenop boksen. Maar we maken ook mooie dingen mee. Onlangs waren hier voor de zoveelste keer twee Bulgaarse toneelkunstenaressen die met een paar honderd kinderen verhalen als straattoneel brachten, echt heel leuk. Ze zeiden dat ze dit nooit hadden kunnen doen zonder onze kunstacademie. Ze hadden voor hun voorstelling ook belangrijke functionarissen van Kisumu uitgenodigd; die wilden echter hun “onkosten” vergoed hebben, d.w.z. een hoop geld hebben. Die vlieger ging gelukkig niet op. Wat wel op ging was dat drie van onze oud-leerlingen uitgenodigd werden voor een bezoek aan Bulgarije.

Tot slot een vreemd bericht uit de krant. Als je een visser bent moet je proberen de hand te leggen op het touw waarmee een zelfmoordenaar zich opgehangen heeft. Bind je dat aan je net vast, dan vang je gegarandeerd een hoop vis. Bij navraag bleken de Luos daar inderdaad in te geloven.

Kizito’s gezondheid is een stuk beter; hij valt niet meer want hij heeft een nieuwe bril.

Tot de volgende keer.

 

Hans