Barmhartigheid

In het Nederlands Dagblad van 30 november verzorgde kardinaal Eijk, aartsbisschop van Utrecht, een gastcolumn. Hij koos voor deze column het Heilig Jaar van de Barmhartigheid als onderwerp, en lichtte voor de lezers van het Nederlands Dagblad de achtergronden van dit Heilig Jaar toe.

Het christendom maakt op velen de indruk een systeem te zijn van morele ge- en verboden: ‘wat niet mag, is verboden en wat mag, moet’. De eertijds christelijke samenleving zou een streng en veroordelend karakter hebben gehad. Met een zucht van verlichting heeft menigeen er dan ook afscheid van genomen.

Ik kan me echter niet aan de indruk onttrekken dat de huidige seculiere samenleving best streng en veroordelend kan zijn. Een politicus die minder zorgvuldig declareert, wordt genadeloos afgeserveerd. Een bonnetje kan je je carrière kosten. Wie zijn baan verliest en geen nieuw werk vindt, ook buiten zijn schuld, wordt daarop aangekeken. Wie in de samenleving niet kan meekomen doordat hij uit een lager sociaal milieu komt, minder getalenteerd is of lijdt aan een handicap, staat aan de kant en is niet in tel. Dit wordt je bijna aangerekend. Vergevingsgezindheid en barmhartigheid zijn vaak ver te zoeken.

vergeving

Het christelijk geloof eist zeker wat van zijn aanhangers; Christus navolgen is niet gemakkelijk. Maar voor wie door eigen schuld faalt, daarvan spijt heeft en bereid is zijn gedrag en levensstijl bij te stellen, is er vergevingsgezindheid. Voor wie is vastgelopen of in nood verkeert, is er barmhartigheid. De barmhartige vader betoont beide aan de verloren zoon bij diens terugkeer.

Op 8 december begint in de Rooms-Katholieke Kerk het Heilig Jaar van de Barmhartigheid. Zeker in het huidige seculiere klimaat zijn er redenen te over voor paus Franciscus om dit Heilig Jaar uit te roepen. Directe aanleiding is het feit dat vijftig jaar geleden het Tweede Vaticaans Concilie is afgesloten.

Het is juist in deze periode dat het huidige seculiere klimaat is ontstaan: de meesten kunnen zich nauwelijks voorstellen dat God voor ons dagelijks leven betekenis heeft, als zij al aannemen dat Hij bestaat. Paus Franciscus heeft met het Jaar van de Barmhartigheid de wens dat dit ‘een levende ervaring van de nabijheid van de Vader, wiens tederheid bijna tastbaar is, zal zijn’.

De Rooms-Katholieke Kerk maakt gebruik van Heilige Jaren om voor de gelovigen de barmhartigheid van God tastbaar te maken. Centraal in zo’n Heilig Jaar staat het ontvangen van een aflaat, dat wil zeggen de kwijtschelding van tijdelijke straffen die een mens indien nodig na zijn dood in het vagevuur (een tussenfase tussen de dood en de toegang tot de hemel) voor zijn zonden moet ondergaan. Om deze aflaat kunnen gelovigen bidden voor zichzelf of voor mensen die overleden zijn. ‘Het is mijn wens’, aldus paus Franciscus, ‘dat de aflaat van het Heilig Jaar ieder van hen mag bereiken als een werkelijke ervaring van de barmhartigheid van God.’

De barmhartigheid van God ervaarbaar en tastbaar maken, hoe krijg je dat voor elkaar? Daarvoor worden de gelovigen uitgenodigd om een korte pelgrimstocht te maken naar een Heilige Deur. Dat kan een van de vier heilige deuren zijn in Rome, en Rome is voor Nederlanders gelukkig dichtbij. De gelovige wordt echter op zijn wenken bediend, want een nog kortere pelgrimstocht is ook mogelijk: naar de heilige deur in de kathedraal of een van de grotere kerken of basilieken in alle bisdommen over de hele wereld.

boete en verzoening

Het passeren van de heilige deur dient gepaard te gaan met de essentie van deze pelgrimstocht, de viering van het sacrament van boete en verzoening, de biecht, en een viering van de eucharistie, waarin de barmhartigheid van God wordt overwogen, de geloofsbelijdenis wordt afgelegd en wordt gebeden voor de intenties van de paus voor het welzijn van de kerk en de gehele wereld.

Hoe maakt de Heilige Deur de barmhartigheid van God ervaarbaar en tastbaar? Zij symboliseert de boetepraktijk van de kerk in de eerste eeuwen; na het volbrengen van de opgelegde boete werd de zondaar bij de deur van de kerk door de bisschop of de priester opgewacht en weer binnengelaten. Het passeren van de deur symboliseert het weer thuiskomen bij God. Het is slechts een hulpmiddel, maar eeuwenlange ervaring wijst uit dat voor heel veel gelovigen de tederheid van de barmhartige Vader zo tastbaar en ervaarbaar is geworden.